De regie over je denken
Een mini-cursus over Focuswerk
Door Roselien Stockman — Huxi
Welkom
Fijn dat je er bent.
Misschien herken je dit: je hoofd staat zelden stil.
Je piekert over wat er is geweest of over wat er nog komen moet.
Je probeert jezelf te veranderen door er nog harder over na te denken.
En toch verandert er zo weinig.
Da's normaal. Zo is hoe uw brein is opgebouwd.
Maar er is iets wat de meeste mensen nooit geleerd hebben:
Je kan de regie nemen over uw denken.
Niet door harder te denken of door het per se te willen,
maar door te leren waar je je aandacht naartoe brengt en door terug te keren naar wat je voelt.
Voelen doe je niet met uw denken, maar met uw lichaam.
Dat is waar Focuswerk over gaat.
In deze mini-cursus neem ik je mee in vijf kleine stappen.
Geen grote beloftes.
Gewoon vijf inzichten en vijf oefeningen die je vandaag al kan voelen.
Lees ze niet in één keer.
Neem er gerust vijf dagen voor, één stap per dag, want leren voelen heeft tijd nodig.
Welkom bij Focuswerk.
Roselien
Stap 1: Waar je aandacht naartoe gaat, groeit
Er is iets wat ik steeds opnieuw zie bij mensen die vastzitten.
Niet dat er te weinig in hun leven is.
Maar dat hun aandacht altijd naar dezelfde plekken gaat.
Naar wat er niet klopt.
Naar wat er mis kan gaan.
Naar wat ze nog niet zijn.
En dat klopt bijna altijd: wat je aandacht geeft, groeit.
Je brein is een patroonzoeker.
Wat je herhaaldelijk opmerkt, begint hij te bevestigen.
Hij zoekt bewijs voor wat jij al denkt en hij vindt het ook altijd.
Dat werkt langs twee kanten.
Merk je vooral op wat ontbreekt, dan vindt je brein meer bewijs dat er iets ontbreekt.
Merk je op wat er wel is, hoe klein ook, dan begint datzelfde brein daar bewijs voor te zoeken.
Zo werkt ons onbewuste brein.
Focuswerk is niet per se positief denken.
Het is niet je problemen wegduwen.
Het is bewust kiezen waar je je aandacht naartoe brengt en beseffen dat die keuze er meer toe doet dan je denkt.
Onderzoekers van Harvard ontdekten iets opmerkelijks: we zijn bijna de helft van onze wakkere uren mentaal ergens anders dan waar we fysiek zijn.
En hoe meer we afdwalen, hoe minder gelukkig we ons voelen.
Het is dus niet wat je doet dat je ongelukkig maakt.
Het is waar je aandacht zit terwijl je het doet.
“Waar je aandacht naartoe gaat, groeit. Jij beslist waar dat is.”
OEFENING
Eén keer vandaag, midden in iets gewoons zoals afwassen, wandelen of koffie drinken, stop je even.
Eén ademhaling.
En je stelt jezelf de vraag: “ben ik hier?”
Niet om jezelf te betrappen.
Niet om iets op te lossen.
Gewoon om op te merken waar je aandacht op dat moment naartoe gaat.
En als je weg bent: keer zachtjes terug. Naar dit. Naar nu. Dat is het begin.
Stap 2 : Zak in je lijf
We zijn opgegroeid in een cultuur die het verstand vereert.
We analyseren, plannen en redeneren.
Maar de echte informatie, hoe je je voelt, wat je nodig hebt, waar je grenzen liggen, die komt niet uit je hoofd.
Die komt uit je lijf.
Je lichaam verwerkt elke seconde miljoenen prikkels.
Maar slechts een fractie daarvan bereikt je bewustzijn.
Je mist dus bijna alles wat je lijf je probeert te vertellen.
Niet omdat je het niet kan voelen, maar omdat je met uw aandacht zelden naar binnen gaat.
Hoe harder je probeert via je hoofd te veranderen, hoe verder je raakt van de bron.
Want je kan niet denken wat je moet voelen.
De uitweg is eenvoudig, al is het niet altijd makkelijk: je leert je aandacht vaker naar binnen te richten.
Je leert afdalen van je hoofd naar je lijf.
“Je hoofd geeft uitleg. Je lijf geeft de waarheid.”
OEFENING
Sluit je ogen, of laat je blik zacht worden.
Stel je voor dat er een lift in je lichaam zit, ter hoogte van je hoofd.
Laat de lift langzaam zakken.
Langs je keel. Je borst.
Je buik. Waar stopt hij vanzelf?
Waar voelt het zwaarder, voller, of gespannener?
Blijf daar even. Adem ernaartoe.
Niet om het te veranderen, maar om het te begroeten.
Niet analyseren. Gewoon bezoeken.
Wil je nog een stap verder?
Leg dan je hand zacht op je hart.
Voel de warmte, de druk, de zachtheid van die aanraking.
Geef ze dezelfde vriendelijke omarming als wanneer je een verdrietige vriend zou vasthouden.
Het kalmeert je zenuwstelsel en je hartslag vertraagt vanzelf.
Stap 3 : Ruimte tussen je denken en jou
Hier zit een groot misverstand: dat jij je gedachten bent.
Je bent het niet. Je bent degene die ze hoort.
De hele dag speelt er een stem in je hoofd.
Soms is het nieuws van vandaag, soms een oud liedje dat al jaren draait, dezelfde zin, dezelfde zorg, hetzelfde verhaal over jezelf.
Zolang je middenin die stem zit, geloof je alles wat ze zegt.
Maar op het moment dat je opmerkt dat ze speelt, ontstaat er iets nieuws: ruimte.
Een klein beetje afstand tussen je denken en jou.
En in die ruimte zit je vrijheid.
Want vanuit die ruimte hoef je niet meer mee in elk verhaal.
Je kan een gedachte zien voorbijkomen zoals je een wolk ziet voorbijdrijven, zonder erin te stappen.
Je hoeft je gedachten niet te bestrijden.
Je hoeft ze alleen niet meer voor de volledige waarheid aan te nemen.
“Je bent niet je gedachten. Je bent degene die ze hoort.”
OEFENING
Sluit je ogen. Stel je voor dat je gedachten een radiostation zijn.
Jij bent niet de radio. Jij bent de luisteraar.
Laat de stemmen spelen.
En merk op: welke stem klinkt het hardst?
Welke zin herhaalt zich?
Is het nieuws van vandaag of een oud liedje dat al lang meedraait?
Je hoeft de radio niet uit te zetten.
Je hoeft alleen te merken dat jij degene bent die luistert.
Daar, in dat merken, zit de ruimte. Die ruimte laat je vertraging en geeft je de kans om lief te zijn voor u zelf.
Stap 4 : Stop met piekeren, begin met voelen
Piekeren voelt alsof je iets oplost.
Dat is de valstrik.
Het voelt nuttig, dus je blijft erin hangen, soms uren, soms dagen.
Maar piekeren is denken in cirkels.
Je draait rond een gevoel zonder het ooit echt te voelen.
En net dat is wat een emotie nodig heeft: gevoeld worden.
Want een emotie is eigenlijk eenvoudiger dan we denken.
Ze bestaat uit twee dingen: een fysieke sensatie in je lijf, en een verhaal dat je erbij vertelt.
Een bonkend hart met het verhaal “iedereen gaat zien dat ik faal” wordt paniek.
Datzelfde bonkende hart met “yes, eindelijk mag ik laten zien wat ik kan” wordt opwinding.
Zelfde sensatie, maar een ander verhaal.
En hier komt het mooie: een emotie duurt neurologisch maar zo'n 90 seconden.
Daarna beginnen de stresshormonen vanzelf af te nemen.
Als een emotie langer blijft, is dat omdat we haar blijven voeden; met ons denken, met het verhaal, met het piekeren.
Laat je het verhaal even los en blijf je bij de pure sensatie, dan doet de emotie waar ze van nature toe geneigd is: vertrekken.
Voelen vraagt geen kracht. Het vraagt mildheid voor uzelf.
Niet wegduwen, niet meeslepen, gewoon erbij blijven, zacht, zoals je bij iemand zou blijven van wie je houdt.
“Een emotie duurt 90 seconden. Alles daarna hou je zelf in stand.”
OEFENING
Komt er een lastig gevoel op?
Probeer dan deze drie stappen.
Afdalen. Zeg zachtjes “afdalen” in jezelf.
Ga van je hoofd naar je lijf. Waar voel je het?
In je keel, je borst, je buik?
Verzachten. Stel je een warme, rustige kleur voor die zich rond die plek vouwt.
Geen strijd.
Alleen warmte.
Toestaan. Zeg in jezelf: het mag er zijn.
Ik ben veilig genoeg om dit te voelen.
Je hoeft het gevoel niet op te lossen. Je hoeft er alleen even bij te zijn.
Stap 5 : Maak van focus een gewoonte
Alles wat je tot hier las, verandert pas iets als je het herhaalt.
Je brein is je hele leven lang vormbaar.
Het verandert niet door één groot inzicht,
maar door kleine dingen die je opnieuw en opnieuw doet; bewust, met aandacht en met een gevoel erbij.
Een nieuw patroon dat je voelt, blijft sterker hangen dan een patroon dat je alleen maar denkt.
Je brein herhaalt wat het kent.
Jij kiest wat het leert.
Je hoeft daarvoor je leven niet om te gooien.
Je hoeft geen uur per dag te mediteren.
Het zit in de kleine momenten:
even afdalen in de file,
je hand op je hart bij een lastig gesprek,
één keer opmerken dat je weg bent en dan opnieuw terugkeren.
Honderd kleine keren is krachtiger dan één grote.
En misschien helpt het om jezelf een zin mee te geven.
Een ankerzi kort, positief, in de jij-vorm.
Een zin die het tegenovergestelde zegt van het oude liedje in je hoofd.
“Je brein herhaalt wat het kent. Jij kiest wat het leert.”
OEFENING
Denk aan het verhaal dat je het vaakst tegen jezelf vertelt.
Dat ene dat je klein houdt.
Formuleer nu een zin die het tegenovergestelde zegt.
Positief, in de jij-vorm. Bijvoorbeeld: “Je mag jezelf laten zien”, “Je bent goed genoeg, ook als je nee zegt”,
“Proberen is al half gewonnen”, “Je hebt meer kracht dan je denkt.”
Voelt hij goed?
Pas hem aan tot hij klopt.
En koppel hem aan een klein gebaar; je duim tegen je wijsvinger of je hand op je hart.
Zo wordt het iets wat je voelt, niet alleen iets wat je denkt.
Herhaal hem. Elke dag. Tot hij van jou is.
En nu?
Je hebt nu vijf stappen in handen.
Vijf manieren om terug te keren naar jezelf, telkens opnieuw.
Onthoud het belangrijkste: je hoeft je hoofd niet stiller te máken.
Je hoeft alleen te leren waar je je aandacht naartoe brengt en hoe je telkens weer kan afdalen, van je hoofd naar je lijf.
Da's geen kunstje dat je in één keer leert.
Het is een levenshouding die je traag opbouwt.
Wees mild. Elke keer dat je terugkeert, oefen je iets.
Je moet niks, enkel aanwezig zijn.
Wil je verder met Focuswerk?
Volg me op Instagram via @huxibijzonderjezelfzijn voor dagelijkse inzichten en oefeningen.
Heb je een vraag, of wil je weten hoe ik hiermee werk in mijn praktijk?
Stuur me gerust een bericht, ik lees alles zelf.
Dankjewel dat je er was.
Roselien Stockman
Klinisch psychologe & systeemtherapeut, Huxi, Beerse
Kapelstraat 73, 2340 Beerse · huxi.be